skip to Main Content

Laat me niet alleen (Ne me quite pas) – Jacques Brel (1959)

Laat me niet alleen, toe vergeet de strijd,
toe vergeet de nijd, laat me niet alleen
en die domme tijd, vol van misverstand,
ach, vergeet hem want, het was verspilde tijd
Hoe vaak hebben wij, met een snijdend woord,
ons geluk vermoord? Kom, dat is voorbij
Laat me niet alleen, laat me niet alleen,
laat me niet alleen, laat me niet alleen

Lief, ik zoek voor jou, in het stof van de wegen,
de paarlen van regen, de paarlen van dauw.
Ik zal heel mijn leven werken zonder rust,
om jou licht en lust, goud en goed te geven.
Ik sticht een gebied waar de liefde troont,
waar de liefde loont, waar jouw wil geschiedt.
Laat me niet alleen, laat me niet alleen,
laat me niet alleen, laat me niet alleen

Laat me niet alleen. Ik bedenk voor jou:
woorden, rood en blauw. taal voor jou alleen
en met warme mond zeggen wij elkaar,
eens was er een paar dat zichzelf weer vond.
Ook vertel ik jou, van die koning die stierf
van nostalgie, hunkerend naar jou.
Laat me niet alleen, laat me niet alleen,
laat me niet alleen, laat me niet alleen

Want uit een vulkaan die was uitgeblust,
breekt zich na wat rust, toch het vuur weer baan.
En op oude grond, ziet men vaak het graan
heel wat hoger staan dan op verse grond.
Het wit met het zwart, zwakheid mint de kracht,
daglicht mint de nacht, mijn hart mint jouw hart.
Laat me niet alleen, laat me niet alleen,
laat me niet alleen, laat me niet alleen
Laat me niet alleen. Nee, ik huil niet meer.

Nee, ik spreek niet meer, want ik wil alleen
horen hoe je praat, kijken hoe je lacht,
weten hoe je zacht door de kamer gaat.
Nee, ik vraag niet meer, ik wil je schaduw zijn,
ik wil je voetstap zijn, ik wil je adem zijn.
Laat me niet alleen, laat me niet alleen,
laat me niet alleen, laat me niet alleen

Back To Top