skip to Main Content

Op een mooie pinksterdag – Leen Jongewaard & Aad v/d Heuvel (1967)

1) Op een mooie pinksterdag, als het even kon,
liep ik met mijn dochter aan het handje, in het parrekie te kuieren in de zon.
Gingen madeliefjes plukken, eendjes voeren eindeloos
kijk nou toch je jurk wordt nat, je handjes vuil en pappa boos.

Vader was een mooie held, vader was de baas.
Vader was een duidelijke mengeling van onze lieve heer en Sinterklaas.
Ben je bang voor ’t hondje, hondje bijt niet, pappa zegt dat hij niet bijt.
Op een mooie pinksterdag, met de kleine meid.

2) Als het kindje groter wordt, rosie in de knop,
zou je tegen alle grote jongens willen zeggen: “Handen thuis en lazer op!”
Hebbu dat nou ook meneer?” “Jawel meneer, precies als iedereen.”
Op een mooie pinksterdag, laat ze je alleen.

3) Morgen kan ze zwanger zijn, ’t kan ook nog vandaag
’t kan van de behanger zijn, of van een Franse zanger zijn of iemand uit den Haag
Vader kan gaan smeken en gaan preken tot hij purper ziet,
Vader zegt pas op mijn kind, dat hondje bijt, ze luistert niet

Vader is een hypocriet, vader is een nul
Vader is er enkel en alleen maar voor de centen en de rest is flauwekul
Ik wou dat ik nog een keer met mijn dochter aan ’t handje lopen kon.
Op een mooie pinksterdag, samen in de zon.

Back To Top